In het kort
- Vijf tot tien minuten per module.
- De drempel om te beginnen weegt zwaarder dan de aandachtsspanne.
- Duurt het langer, dan zitten er meestal twee onderwerpen in.
Vijf tot tien minuten. Dat is het antwoord voor vrijwel elk onderdeel van een programma voor volwassenen die er naast hun werk aan zitten.
Interessanter is waarom, want zodra je de reden snapt weet je ook wanneer je ervan af mag wijken.
Het gaat niet over aandachtsspanne
De verklaring die je vaak hoort is dat mensen tegenwoordig geen aandacht meer hebben. Dat is onzin. Dezelfde mensen kijken drie afleveringen van een serie achter elkaar.
Het echte punt is terugvindbaarheid. Iemand die drie weken later denkt "hoe zat dat ook alweer met dat gesprek voorbereiden" wil naar die passage. In een module van veertig minuten gaat hij zoeken. Waarschijnlijk geeft hij het op. Bij een module met de titel "een moeilijk gesprek voorbereiden" van zeven minuten, klikt hij en heeft hij het.
Een programma dat je kunt raadplegen is meer waard dan een programma dat je één keer doorloopt. En dat verschil zit in de lengte van de onderdelen, niet in de inhoud.
Het tweede punt: de drempel om te beginnen
Iemand met een half uur tussen twee afspraken kijkt geen module van veertig minuten. Hij begint er niet aan, want hij weet dat hij hem niet uitkrijgt.
Bij acht minuten is er geen afweging. Hij kijkt hem. En daarna vaak nog een.
Hoe je iets van veertig minuten opsplitst
Neem je onderwerp en zoek de momenten waarop je van onderdeel wisselt. Meestal zijn dat er vier of vijf. Meestal kun je ze benoemen: eerst leg ik uit waarom dit speelt, dan hoe je het herkent, dan wat je eraan doet, dan een voorbeeld, dan de opdracht.
Dat zijn vijf modules. Elk met een eigen titel die precies zegt wat erin zit.
Merk je dat je een stuk niet kunt benoemen, dan is dat een teken dat het onderdeel zelf nog niet scherp is. Dat is waardevolle informatie, want dat stuk zou in een lange opname ook onduidelijk zijn geweest, alleen was het je dan niet opgevallen.
Wanneer langer wel mag
Er zijn drie uitzonderingen.
Een demonstratie. Laat je zien hoe een gesprek verloopt, dan kun je dat niet halverwege afkappen. Twintig minuten mag, als duidelijk is dat het een demonstratie is en niet een uitleg.
Een opname van een echte sessie. Zelfde verhaal. Mensen kijken dit anders, ze kijken mee in plaats van dat ze leren.
Een gesprek of interview. Dat heeft een eigen ritme en dat mag je niet forceren.
In alle drie de gevallen geldt: zet erbij hoe lang het duurt en waarom het langer is. Dan kiest iemand er bewust voor.
Wat je eronder verstaat
Een module van acht minuten is geen module van acht minuten waarin je alles perfect zegt. Het is acht minuten waarin één ding gebeurt. Als je merkt dat je uitloopt, is het antwoord bijna nooit sneller praten. Het antwoord is dat er twee dingen in zitten.
Praktisch
Neem op zonder op de klok te kijken en meet achteraf. Zit je structureel boven de vijftien minuten, kijk dan naar je voorbereiding, niet naar je spreektempo. Waarschijnlijk lag de opbouw nog niet vast toen je begon. Wat daarbij helpt staat in hoeveel tijd het echt kost om een online programma te maken.
Zet bij elke module de duur erbij in het overzicht. Dat is een kleine moeite en het verlaagt de drempel voor iedereen die even twijfelt of hij nu moet beginnen.