Academie voor CoachesWerkbladen voor coaches en therapeuten

Register / De inhoud maken

Een programma opbouwen dat mensen ook echt afmaken

Van de meeste online programma's haalt lang niet iedereen het einde. Dat ligt zelden aan de inhoud.

In het kort

  • Wie in week één iets dóét, maakt het meestal af.
  • Geef ritme in plaats van alles tegelijk.
  • Eén moment per week waarop iemand kan opdagen doet meer dan extra inhoud.

Er is één vraag die elke coach die iets online zet zichzelf moet stellen. Hoeveel mensen maken het af? Er bestaat geen betrouwbaar cijfer voor programma's van coaches, maar iedereen die er een heeft gedraaid weet dat het er minder zijn dan je hoopte. Voor jou is dat pijnlijker dan voor iemand die massaal cursussen verkoopt, want jouw naam hangt eraan en die deelnemers kom je tegen.

Een keukenblad met een open laptop en een filter waar koffie doorheen loopt in een mok.
Het momentEen onderdeel van acht minuten kijkt iemand terwijl de koffie doorloopt. Een onderdeel van veertig minuten wacht op een moment dat niet komt.

Het goede nieuws: het ligt zelden aan de inhoud. Het ligt aan de opbouw.

De eerste week bepaalt bijna alles

Wie in week één iets doet, maakt het meestal af. Wie in week één alleen kijkt, stopt in week drie.

Zorg daarom dat de allereerste opdracht klein is en meteen iets oplevert. Niet: kijk deze drie modules en denk erover na. Wel: beantwoord deze ene vraag en merk dat het antwoord je verrast.

Veel programma's openen met een uitgebreide introductie waarin de coach vertelt wie hij is en hoe het werkt. Dat is precies de plek waar mensen wegklikken. Zet die introductie ergens anders neer, of laat hem helemaal weg. Begin met iets waar de deelnemer zelf iets mee doet.

Waarom te lang funest is

Een module van veertig minuten wordt uitgesteld tot een moment waarop iemand veertig minuten heeft. Dat moment komt niet. Een module van acht minuten kijkt iemand terwijl de koffie doorloopt.

Vijf tot tien minuten per onderdeel is de goede maat. Heb je meer te vertellen, dan is het geen module maar een hoofdstuk. Dan hak je het op. Zie ook hoe lang een module moet duren.

Geef ritme, geen berg

Zet je alles in één keer klaar, dan ziet de deelnemer op dag één een bibliotheek. Dat verlamt. Hij kiest niet, hij stelt uit.

Twee manieren om dat op te lossen.

Geef het gedoseerd vrij, bijvoorbeeld één module per week. Nadeel: mensen die vooruit willen, worden geremd. Dat irriteert.

Of zet alles klaar maar geef een duidelijk pad. Eén aanbevolen route, met per module zichtbaar hoelang het duurt. De deelnemer die vooruit wil, kan dat, maar wie niet kiest krijgt de keuze voorgeschoteld.

Voor coaching werkt de tweede vorm meestal beter, want je deelnemers zijn volwassen mensen met een reden om te beginnen.

Eén moment per week waarop iemand kan opdagen

Dit is het sterkste middel dat er is. Het kost je minder dan je denkt. Een vast half uur per week of per twee weken waarop deelnemers vragen kunnen stellen. Online, geen voorbereiding, camera aan als ze willen.

Wat dat doet is niet inhoudelijk. Het is een afspraak. Mensen die weten dat er donderdag iets is, doen woensdag hun opdracht. Dat er ook mensen komen die niets vragen maakt niet uit, ze zijn er.

Kost je twee uur per maand voor de hele groep. Er is geen enkele andere ingreep die per uur zoveel oplevert.

Maak zichtbaar wat iemand al heeft gedaan

Een balkje dat vult, afgevinkte onderdelen, een overzicht van wat er nog ligt. Dit klinkt als een detail en het is het niet. Mensen die zien dat ze op zestig procent zitten, maken de laatste veertig af. Mensen die het niet zien, weten niet of ze bijna klaar zijn.

Hetzelfde geldt voor het einde: markeer dat het einde er is. Een afsluitende module, een laatste opdracht, eventueel een bewijs van deelname. Noem dat dan ook zo. Een bewijs van deelname dat jij uitgeeft is geen wettelijk erkend diploma en ook geen accreditatie; of het meetelt voor de punten van een beroepsvereniging bepaalt die vereniging, niet jij. Zonder eindpunt houdt het niet op, het verwatert en dan heeft niemand het gevoel iets afgerond te hebben.

Wat je niet moet doen

Deelnemers eraan herinneren dat ze achterlopen met mails vol uitroeptekens. Dat werkt averechts bij mensen die bij een coach kopen. Zij hebben vaak al genoeg stemmen die zeggen dat ze iets moeten.

Beter is een mail die vraagt hoe het gaat en die één concrete vraag stelt over de inhoud. Daar reageren mensen wel op. Je hoort meteen waar ze vastzitten.

De korte versie

Kleine eerste opdracht. Korte onderdelen. Een zichtbaar pad. Eén vast moment per week waarop je bereikbaar bent. Voortgang in beeld. Een duidelijk einde.

Doe je dit, dan haken er merkbaar minder mensen af. En wie het afmaakt, vertelt het door.

Waar dit op gebaseerd is

Verder in het register