In het kort
- Je eerste deelnemers staan in je eigen mailbox en telefoon.
- Stuur drie keer iets bruikbaars voordat je iets aanbiedt.
- Bel wie de pagina opende en niet kocht. Vraag wat hem tegenhield.
Als je programma af is, of bijna af, begint het deel waar de meeste coaches het ongemakkelijkst van worden. Verkopen. En omdat het ongemakkelijk is, wordt het uitgesteld met werk dat op verkopen lijkt: een website verbouwen, een logo laten maken, nadenken over sociale media.
Dat is niet nodig voor de eerste tien. Die zitten al in je telefoon en in je mailbox.
Stap 1: maak de lijst
Ga zitten met je agenda van de afgelopen drie jaar, je mailbox en je telefoon. Schrijf iedereen op die weet wie je bent en wat je doet.
- Cliënten van nu en van vroeger
- Mensen die een intakegesprek deden en niet doorgingen
- Mensen die je mailden met een vraag en die je hebt doorverwezen
- Deelnemers aan workshops of lezingen
- Collega-coaches die naar je doorverwijzen
- Mensen uit je beroepsvereniging of intervisiegroep
De meeste coaches komen uit tussen de tweehonderd en zeshonderd namen. Dat is ruim genoeg, zoals staat in moet je eerst een groot publiek hebben.
Stap 2: stuur drie keer iets bruikbaars
Val niet na twee jaar stilte binnen met een aanbod. Stuur eerst drie berichten, verspreid over een paar weken, waar iemand meteen iets aan heeft. Een observatie uit je praktijk. Een vraag die je vaak stelt en waarom. Iets wat je hebt gemerkt bij een aantal cliënten.
Kort mag. Vijf alinea's is genoeg. Wat je bereikt is dat mensen weer weten dat je er bent en dat je nog steeds iets te zeggen hebt.
Let op wat mag: oud-klanten mag je mailen over vergelijkbaar aanbod. Bij mensen die alleen ooit contact hadden, stuur je eerst één bericht met de vraag of ze op de hoogte gehouden willen worden.
Stap 3: bel tien mensen
Dit is de stap die iedereen overslaat en die het meeste oplevert.
Kies tien mensen van wie je denkt dat je programma iets voor hen is. Bel ze. Niet om te verkopen, maar om te vragen: ik ben iets aan het maken over dit onderwerp, mag ik je vijf minuten vragen hoe jij daar tegenaan kijkt.
Je hoort in die gesprekken de woorden waarin mensen hun probleem beschrijven. Die woorden gebruik je op je verkooppagina. Dat is het verschil tussen een pagina die aanvoelt alsof hij over jou gaat en een pagina waarvan iemand denkt dat je hem beschrijft.
En ongeveer een derde van die tien vraagt uit zichzelf wanneer het klaar is.
Stap 4: één pagina, één mail
Beschrijf op één pagina: voor wie het is, waar diegene nu tegenaan loopt, wat hij na afloop kan, wat erin zit, wat het kost, wanneer het begint.
Stuur die pagina in één mail naar je hele lijst. Niet vaag, niet aftastend. Dit is er, dit kost het, hier meld je je aan, ik start met een groep van tien.
Stap 5: bel wie klikte maar niet kocht
Je ziet wie de pagina heeft geopend. Bel of mail de mensen die wel keken en niet boekten. Vraag één ding: wat hield je tegen.
De antwoorden vallen bijna altijd in drie categorieën. Te duur op dit moment, verkeerde timing, of ze snapten niet precies wat ze kregen. Dat laatste is jouw probleem en dat is meteen op te lossen.
Wat je hiermee wint
Je hebt na twee weken een eerste groep, of je weet precies waarom niet. In beide gevallen ben je verder dan iemand die drie maanden aan een website heeft gewerkt.
Bovendien is deze eerste groep goud waard voor de tweede. Zij vertellen je wat er ontbreekt. Als het goed gaat vertellen ze het door in dezelfde kring waar de volgende deelnemers uit komen.
Advertenties en sociale media kunnen daarna. Dan weet je tenminste wat werkt en aan wie je het verkoopt.
Waar dit op gebaseerd is
- ACM, spam voorkomen in uw reclame — Bestaande klanten mag je ongevraagd mailen over verwant aanbod, bij anderen heb je vooraf toestemming nodig.